Case Security niveau 4 — Identiteit & toegang

Identiteit & toegang

🎯 Leerdoel (niveau 4)

Wie mag wat? Goede toegangsbeveiliging voorkomt de meeste incidenten.

Na deze module kun je:

  • authenticatie en autorisatie onderscheiden
  • MFA en RBAC toepassen
  • een wachtwoord- en toegangsbeleid opstellen

Beroepshouding: Proactief, analytisch en met helikopterview; je werkt zelfstandig en adviseert, handelt ethisch en integer, gaat discreet met vertrouwelijke gegevens om en blijft onder druk objectief.

Koppeling kwalificatiedossier — ICT system engineer (niveau 4):
B1-K1-W1 — Autorisatievragen / gebruikersrechten
P2-K1-W3 — Beheert databases; veilige toegang en autorisatie
P2-K2-W1 — Verbetert de security

1Theorie

Authenticatie is bewijzen wie je bent (wachtwoord + extra factor). Autorisatie is bepalen wat je mag. Met MFA (meerdere factoren) is een gestolen wachtwoord alleen niet genoeg.

Met RBAC (Role Based Access Control) krijgen gebruikers rechten via hun rol, volgens least privilege. Denk ook aan de hele identity lifecycle: accounts aanmaken, wijzigen en op tijd intrekken als iemand uit dienst gaat.

Kennischeck

Vink de juiste stellingen aan en klik op Controleer.

2Praktijk-lab (VMware)

Maak gebruikers met verschillende rollen aan en zet MFA aan.

  1. Maak in je VM 2 gebruikers aan met verschillende rollen (bv. admin en standaard).
  2. Geef de standaardgebruiker alleen de rechten die nodig zijn (least privilege).
  3. Test dat de standaardgebruiker geen adminacties kan uitvoeren.
  4. Zet MFA aan op een account of applicatie naar keuze (bv. met een authenticator-app).
  5. Documenteer welke rechten bij welke rol horen.

Afvinken als je het gedaan hebt:

3Analyse

Een medewerker vraagt adminrechten 'voor het gemak'. Hoe reageer je en waarom? Betrek least privilege.

4Rapportage & advies

Opdracht: Stel een kort toegangsbeleid op: wachtwoordeisen, MFA, en wat er gebeurt als iemand uit dienst gaat.

Zelfbeoordeling (rubriek) — vink af wat klopt: